Lichtkrant

Cyberpesten in Duitsland – een verkenning van de prevalentie, overlapping met echte pest- en copingstrategieën

Deze studie toont aan dat er in Duitsland sprake is van cyberpesten, hoewel het aantal incidenten nog steeds vrij klein is. Ook zou kunnen worden aangetoond dat de leerlingen die als cyberpesters optreden, dezelfde zijn als degenen die anderen in het echte leven pesten.

In het onderzoek zijn er drie hypothesen;

1- Hoewel de gegevens nauwelijks als representatief kunnen worden beschouwd, kunnen ze nog steeds worden gebruikt als een ruwe eerste schatting voor de prevalentie van cyberpesten in Duitsland. Onderzoekers verwachten dat de prevalentie in Duitsland significant zal verschillen van nul.

2- Als de hypothese “oude wijn in nieuwe flessen” waar is, dan moeten onderzoekers ervan uitgaan, dat personen die in cyberspace pesten dezelfde zijn als personen die in het echte leven pesten. Hetzelfde geldt voor de slachtoffers.

3 – De vraag hoe studenten reageren op cyberpesten en of de reacties vergelijkbaar zijn met die van traditionele pesterijen (fysiek en verbaal) zal op een exploratieve manier worden geanalyseerd. Onderzoekers verwachten echter vergelijkbare factoren voor verschillende soorten pesterijen. Dit betekent een restrictieve toetsing van een gelijkwaardige bevestigende structuur voor fysieke, verbale en cyberpesten.

De eerste bevinding is, dat zelfs als we niet honderd procent zeker kunnen zijn van de exacte prevalentie, we met zekerheid kunnen stellen dat cyberpesten in Duitsland wel degelijk voorkomen. Het tweede resultaat van deze studie geeft het antwoord op die vraag: Totdat we de cyberpesten met al hun bijzondere kenmerken en hun implicaties verder hebben onderzocht, moeten we vertrouwen op de methoden die zijn ontwikkeld om traditionele pesten aan te pakken. Omdat ten eerste de betrokken personen in veel gevallen dezelfde mensen zijn en ten tweede pesterijen en cyberpesten beide op dezelfde principes berusten (intentie om pijn te doen, herhaling, onbalans van macht en hulpeloosheid), kunnen we aannemen dat deze methoden een positief effect zouden moeten hebben. Interventies hoeven echter niet bij nul te beginnen. Kinderen en adolescenten hebben al copingstrategieën. Die zouden als basis kunnen dienen. Zoals de derde bevinding van dit onderzoek suggereert, zijn de reacties op pesten en cyberpesten ook ongeveer gelijk. Dus ook hier zou het waarschijnlijk voldoende zijn om de leerlingen te leren hoe ze met pesten moeten omgaan. Maar voordat dit kan worden gerealiseerd, moeten we eerst die strategieën identificeren die het meest succesvol zijn. Het versterken van de zelfefficientie, het begrijpen van de eigen gevoelens en cognities in een situatie van pesten kan worden aangeleerd als technieken om hulpeloosheid en de kans op inadequate reacties te verminderen.

De verkenning van copingstrategieën toonde aan dat een gemeenschappelijke factorstructuur ten grondslag ligt aan fysieke, verbale en cyberpesten. Gezien het feit dat de bevindingen van het onderzoek gebaseerd zijn op een online vragenlijst met beperkte representativiteit (gebaseerd op een steekproef van 1987 leerlingen), dienen de resultaten echter zorgvuldig te worden geïnterpreteerd. Dezelfde overlap bleek ook voor de slachtoffers te gelden. Cyberpesten kan daarom worden beschouwd als een subcategorie van gewone pesten in plaats van als een geheel nieuw fenomeen.

Link:http://www.psychologie-aktuell.com/fileadmin/download/PschologyScience/3-2009/05_riebel.pdf

Door de site te blijven gebruiken, ga je akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

Wij gebruiken cookies om jouw bezoek aan onze site zo optimaal mogelijk te maken. Indien je de website blijft gebruiken zonder de instellingen aan te passen, of je klikt hieronder op 'aanvaarden' geef je toestemming voor het gebruik.

Sluiten